Без названия

G
Завершён
0
автор
Фэндом:
Размер:
12 страниц, 6 126 слов, 5 частей
Публикация на других ресурсах:
Уточнять у автора / переводчика
0 Нравится 0 Отзывы 0 В сборник

6.2

Настройки
Nieuwe staten Na de val van de Berlijnse Muur in 1989 ging Oost-Duitsland op 3 oktober 1990 op in de Bondsrepubliek. De Duitse hereniging was een feit. In Oost-Europa veranderden nog meer staatsgrenzen. Door een opleving van het nationalisme in de niet-Russische delen viel de Sovjet-Unie in 1991 uiteen in vijftien staten. Rusland erfde de zetel in de Veiligheidsraad. Ook Tsjecho-Slowakije en Joegoslavië hielden op te bestaan. Tsjechië en Slowakije gingen in 1993 vreedzaam uiteen. Maar Joegoslavië viel in de jaren 1991-2006 met veel geweld uiteen in zeven staten. Joegoslavië was in 1945 communistisch geworden. De communistische leider Tito had zijn land zelf van de nazi's bevrijd и weigerde zich aan Stalin te onderwerpen. Daardoor hoorde Joegoslavië tijdens de Koude Oorlog niet bij het Oostblok en niet bij het Westen. Omstreeks 1990 leefde het nationalisme ook op bij de volken in Joegoslavië. In 1991 verklaarde Kroatië zich onafhankelijk. Het leidde tot een bloedige burgeroorlog tussen Kroatië en zijn Servische minderheid, die werd gesteund door Servië. (Продолжение на стр. 113) In 1992 begon een nog bloediger oorlog in Bosnië. Bosnische Serviërs wilden Bosnië bij Servië voegen. Met steun van Servië vielen ze Bosnische Kroaten en Bosnische moslims aan. In veroverde gebieden verdreven en vermoordden ze alle niet-Serviërs. Het dieptepunt van deze etnische zuiveringen vond in 1995 plaats in Srebrenica (zie bladzijde 116). De ontwikkeling van de EU (стр. 113) Het einde van de Koude Oorlog leidde ook tot meer Europese eenheid. Om de vrees voor een verenigd Duitsland weg te nemen, zei bondskanselier Kohl dat hij geen Duits Europa wilde, maar een Europees Duitsland.Hij stelde voor de Europese integratie te versterken. In 1992 spraken de EEG-landen in het Verdrag van Maastricht af dat ze vanaf 1993 in de Europese Unie nauwer gingen samenwerken; niet alleen economisch, maar ook politiek, sociaal en cultureel. Er kwam een Europese munt, de euro, die in 2002 de nationale munten verving. En onderlinge grenscontroles werden afgeschaft. Het ‘vrij verkeer van personen’ werd ook met niet-EU-landen afgesproken in het Verdrag van Schengen. Intussen werd de EU uitgebreid, onder meer met voormalige Oostbloklanden die democratisch waren geworden. In 1995 kwamen Oostenrijk, Zweden en Finland erbij. In 2004 werden tien landen lid, waaronder Polen, Malta en Cyprus. In 2007 volgden Bulgarije en Roemenië en in 2013 Kroatië, waardoor de EU 28 lidstaten telde. De ontwikkeling naar grotere openheid en eenheid werd in 2015 doorbroken toen de burgeroorlog in Syrië tot een enorme stroom van vluchtelingen leidde. Om ze tegen te houden, voerden enkele EU-landen weer grenscontroles in. Een jaar later kozen de Britten in een referendum voor uittreding de de EU. Met de brexit werd de EU voor het eerst kleiner. Toen en nu: Groot-Brittannië en de EU (зеленый блок, стр. 113) Groot-Brittannië wilde zich eerst niet bij de EEG aansluiten, maar deed dit toch in 1973 vanwege het economische voordeel van de gemeenschappelijke markt. In een referendum in 1975 stemde 75 procent van de Britten voor het lidmaatschap. Toch voelden ze zich nooit erg verbonden met Europe, zoals Britten het Europese vasteland al langer noemden. Ze voerden de euro niet in en schaften de grenscontroles niet af. In 2014 behaalde de anti-Europese partij UKIP (United Kingdom Independence Party) bij de Europese verkiezingen een kwart van de stemmen. Om de UKIP bij de nationale verkiezingen te verslaan, beloofde premier Cameron een referendum over het EU-lidmaatschap. Hij won de verkiezingen, maar daarna gebeurde wat hij niet had verwacht: in 2016 stemde 52 procent van de Britten voor uittreding. De werking van de EU (стр. 114) De EU is een organisatie van democratische staten. De burgers van de lidstaten werden Europese burgers die in de hele EU dezelfde rechten hadden en zich overal vrij mochten vestigen en overal mochten werken. Sinds 1979 kunnen de Europese burgers elke vijf jaar stemmen voor het Europees Parlement, waarin elk land een vast aantal zetels heeft. Het parlement deelt de wetgevende macht met de Raad van Ministers (of Raad van de Europese Unie). Deze bestaat uit ministers van de lidstaten, die namens hun land afspraken maken. Welke ministers erin zitten, hangt af van het onderwerp. Als het bijvoorbeeld gaat over de melkproductie, dan zijn het de ministers van Landbouw. De regeringsleiders vormen de Europese Raad die minstens viermaal per jaar vergadert. Zo'n Europese top wordt geleid door een president die voor 2,5 jaar is gekozen. De Europese Commissie is het dagelijks bestuur van de EU. Na de Europese verkiezingen wijst elke lidstaat een commissaris aan. De Europese Raad kiest de voorzitter. De commissie dient wetsvoorstellen ter goedkeuring in bij het Europees Parlement en de Raad van Ministers en vertegenwoordigt de EU in de wereld. Sinds 1992 droegen de lidstaten steeds meer bevoegdheden over aan 'Brussel', zoals de EU ook wel genoemd wordt. Er kwamen steeds meer Europese wetten en regels waaraan de lidstaten zich moeten houden. De EU schrijft bijvoorbeeld voor hoe kaas moet worden gemaakt en hoe veilig auto's moeten zijn. Maar het EU-lidmaatschap levert ook rechten op. Alle EU-burgers mogen bijvoorbeeld overal in de EU wonen, werken en studeren. Andere machtsverhoudingen (стр. 114) Na de Koude Oorlog veranderden de internationale machtsverhoudingen in Europa grondig doordat Oost-Europese landen vanaf 1999 lid werden van de NAVO en vanaf 2004 van de EU. Rusland kon daar eerst weinig tegen doen. In de jaren 1990 was het land verarmd en verzwakt. Vanaf 2000 herstelde Rusland zich. Onder president Poetin ging het economisch beter. Hij versterkte het leger en onderdrukte binnenlands verzet.Ook probeerde hij landen die tot de Sovjet-Unie hadden behoord, weer in de Russische invloedssfeer te krijgen. Russische tanks vielen bijvoorbeeld in 2008 Georgië binnen, dat in een paar dagen werd verslagen. Hierdoor raakte Georgië een grensprovincie kwijt aan Rusland. Poetin bemoeide zich ook met Oekraïne. In dat land was verdeeldheid tussen de meerderheid van Oekraïners die aansluiting wilde bij de EU en NAVO en de minderheid van etnische Russen die met Russische hulp streefden naar aansluiting bij Rusland (afbeelding 18). Rusland bezette in 2014 het Oekraïense schiereiland Krim en lijfde het in. Russische Oekraïners stichtten ook republiekjes in Oost-Oekraïne en begonnen met Russische militairen een oorlog tegen de pro-Europese regering van Oekraïne. De EU en de NAVO konden hier niets tegen doen. Wel stuurde de NAVO troepen naar de Oost-Europese lidstaten om hen tegen Rusland te beschermen (afbeelding 17). Samenvatting (стр. 114) In 1990 werden Oost- en West-Duitsland herenigd. Vanaf 1991 viel de Sovjet-Unie uiteen in vijftien staten en Joegoslavië in zeven staten. Vanaf 1993 werkten Europese landen nauwer samen in de Europese Unie. Het aantal lidstaten groeide van 12 naar 28. De EU is een organisatie van onafhankelijke democratische staten die bevoegdheden hebben overgedragen aan het EU-bestuur. De machtsverhoudingen in Europa veranderden door de toetreding van Oost-Europese staten tot de NAVO vanaf 1999 en tot de EU vanaf 2004. Vanaf 2000 herstelde Rusland zijn machtspositie.
0 Нравится 0 Отзывы 0 В сборник