4.4
16 июня 2026 г., 22:22
De Europese samenwerking begint
Europese landen werken vanaf 1993 samen in de Europese Unie (EU), maar de Europese samenwerking begon al vlak na de Tweede Wereldoorlog. In 1945 waren grote delen van Europa verwoest (afbeelding 25). Om de economische ontwikkeling te bevorderen, besloten landen samen te werken. Ze hadden van de jaren 1930 geleerd dat dat beter was. De crisis was toen erger geworden doordat elk land zijn economie ten koste van andere landen probeerde te versterken. Tijdens de oorlog maakten de regeringen in ballingschap van België, Nederland en Luxemburg plannen over economische samenwerking. Ze spraken af onderling geen invoerrechten te heffen en voor de buitenwereld gezamenlijke invoertarieven te hanteren, zodat een gemeenschappelijke (of interne) markt ontstond. In 1948 begon de samenwerking onder de naam Benelux. Dit werd het voorbeeld voor meer Europese samenwerking die op gang kwam door de Marshallhulp. De VS drongen aan op Europese samenwerking omdat ze wilden dat de Europese landen afspraken maakten over de verdeling en het gebruik van deze hulp. De Franse en Duitse regering waren ook voor samenwerking om de vrede te bevorderen. (Продолжение на стр. 79) Ze wilden een eind maken aan de vijandschap tussen hun landen, die sinds 1870 had geleid tot drie verwoestende oorlogen. In 1950 stelde Frankrijk aan de Bondsrepubliek voor hun kolen- en staalindustrie onder een gemeenschappelijk bestuur te stellen. De Duitse bondskanselier (regeringsleider) Adenauer reageerde enthousiast. Ook Italië en de Beneluxlanden deden mee. Vanaf 1952 werkten de zes landen samen in de EGKS, de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (afbeelding 27).
Het verhaal Adenauer en De Gaulle (зеленый блок, стр. 79) Na de oorlog verdween de Frans-Duitse vijandschap. Daarbij speelden de Franse president Charles de Gaulle (1890-1970) en de Duitse bondskanselier Konrad Adenauer (1876-1967) een belangrijke rol. Het waren bejaarde mannen die hun landen jarenlang leidden. Adenauer – bijgenaamd der Alte – regeerde zelfs tot hij 87 was. Tussen de twee regeringsleiders ontstond een warme vriendschap. Ze ontmoetten elkaar geregeld en Adenauer mocht als enige buitenlander bij De Gaulle thuis komen. In 1963 sloten ze een Frans-Duits vriendschapsverdrag waarin stond dat beide landen geregeld over politieke en militaire zaken zouden praten. Zo kwam er definitief een eind aan de eeuwenoude vijandschap. Oorlog tussen Frankrijk en Duitsland was ondenkbaar geworden.
Uitbreiding van de samenwerking (стр. 79)
De EGKS werd een succes.De vrije handel in kolen en staal hielp bij de economische wederopbouw en groei van de welvaart. Vanaf 1958 gingen de zes lidstaten een stap verder met hun integratie (opgaan in een groter geheel) in de EEG, de Europese Economische Gemeenschap. In deze organisatie ontstond een gemeenschappelijke markt met vrije handel tussen de lidstaten en gemeenschappelijke tarieven voor de buitenwereld. Op deze markt moest iedereen zich houden aan dezelfde wetten en regels. De EEG kreeg een dagelijks bestuur, de Europese Commissie in Brussel en een rechtbank, het Europese Hof van Justitie. Dat zijn nog altijd belangrijke instellingen in de EU. De Europese Commissie doet voorstellen voor nieuwe Europese wetten en regels. Het Hof van Justitie is de hoogste rechtbank in de EU die controleert of Europese wetten overal goed worden toegepast. Bedrijven, regeringen en burgers kunnen naar het hof stappen als ze vinden dat dat niet zo is. Mede door hun samenwerking hadden de EEG-landen een spectaculaire economische groei. Daarom wilden andere landen ook lid worden. In 1973 kwamen Groot-Brittannië, Ierland en Denemarken erbij. In 1981 volgde Griekenland en in 1986 werden Spanje en Portugal lid.
Democratie in Europa (стр. 80)
Met de democratie ging het na 1945 veel beter dan in het interbellum. West-Duitsland werd een stabiele democratie. De meeste Duitsers voelden eerst niet voor de democratie, maar geleidelijk veranderde dat. Belangrijk was dat de democratie samenging met rust en welvaart en niet met chaos en verarming zoals in de Weimarrepubliek. Nergens groeide de welvaart zo hard als in West-Duitsland. Doordat dit wirtschaftswunder (economische wonder) kregen de meeste Duitsers in de jaren 1960 een televisie en een auto (afbeelding 29). In andere West-Europese landen ging het ook zo. Democratie, welvaart en Europese samenwerking gingen samen. In de jaren 1970 drongen ze ook door tot in Zuid-Europa. Griekenland, Portugal en Spanje veranderden toen van militaire dictaturen in democratieën en mochten daarom toetreden tot de EEG. Europese landen werkten ook samen om de democratie te versterken. Al in 1949 richtten tien landen de Raad van Europa op (afbeelding 24). Deze organisatie had tot doel de parlementaire democratie, de rechtsstaat en de mensenrechten te verdedigen. In 1950 sloten de lidstaten het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens waaraan wetten van die landen moeten voldoen. Het Europese Hof voor de Rechten van de Mens moet bepalen of de lidstaten die rechten naleven (afbeelding 30). Bij dit gerechtshof in Straatsburg (Frankrijk) kunnen mensen een klacht tegen een regering indienen als ze vinden dat hun mensenrechten worden geschonden. De regeringen moeten de uitspraken van de Europese rechters gehoorzamen. De Raad van Europa en het Europese Hof zijn geen EU-instellingen. Van de 48 tegenwoordige Europese staten is alleen Wit-Rusland geen lid van de Raad. Sommige landen houden zich niet altijd aan uitspraken van het Hof.
Samenvatting (стр. 80)
In 1948 begon de economische samenwerking van België, Nederland en Luxemburg. Vanaf 1952 werkten ze samen met West-Duitsland, Frankrijk en Italië in de EGKS om de economische ontwikkeling en de vrede te bevorderen. De lidstaten van de EGKS en de EEG (vanaf 1958) hadden een sterke economische groei. Daarom kwamen zes andere landen erbij. In 1949 werd de Raad van Europa opgericht, waarin nu bijna alle Europese landen samenwerken om de democratie te versterken en de rechtsstaat en de mensenrechten te verdedigen.